HEADERNIEUW_36.jpg

Infrastructuur

Vanaf midden 19e eeuw worden in Nederland op grote schaal infrastructurele werken aangelegd; kanalen, spoorlijnen, snelwegen. Deze elementen worden min of meer los van hun ondergrond ontwikkeld, als een eigen laag aan het historisch gegroeide landschap toegevoegd.
In de jaren dertig van de vorige eeuw schreef Ir Overdijking het boek “de weg in het landschap” (1935), over de schoonheid van de weg en de inpassing van wegen in het landschap. Ruim 65 jaar later maken we een omslag in het denken, van ‘de weg in het landschap’ naar ‘het landschap van de weg’. In grote delen van het land vormt het ‘wegenlandschap’ een essentieel nieuw, en vaak wat veronachtzaamd, landschapstype. De ontwikkeling van het wegenlandschap biedt de potentie een andersoortige kwaliteit aan het landschap  toe te voegen, een ruimtelijk kwaliteit die direct verbonden is met de esthetiek van de dynamiek.